Artikel

Hoe bouw je je draadloze netwerk het beste op?

  • Home
  • Blog
  • Hoe bouw je je draadloze netwerk het beste op?
blog-details

Hoe bouw je je draadloze netwerk het beste op?

Het opzetten van een draadloos netwerk is eenvoudig. Zo gemakkelijk zelfs dat de meeste mensen die hun eigen wifi-netwerken opzetten, niet de tijd nemen om het goed te doen. Je realiseert je misschien pas hoe belangrijk die kleine details zijn als je het verschil hebt ervaren tussen een standaardopstelling en een goede opstelling! Hier zijn enkele tips voor het creëren van het best mogelijke draadloze thuisnetwerk:

Stap 1: Kies je voor een router/accesspoint combo of een stand-alone accesspoint?

Wanneer men spreekt over een draadloos netwerk, dan wordt er vaak gesproken over 'de wifi-router'. Dit is echter niet helemaal correct. Simpel gezien is een router een apparaat waarop het internet binnenkomt vanuit je modem en dit vervolgens verdeelt over uw eigen netwerk. Een accesspoint is een apparaat dat enkel een draadloos netwerk aanbiedt. Je wifi-router is dus eigenlijk een router en accesspoint in één.

Het voordeel van een stand-alone accesspoint is dat je deze op een andere plaats kan plaatsen dan je router en apart kan vervangen/upgraden. Een nadeel is dat je een extra apparaat moet aanschaffen en dat je dus dubbel moet betalen voor een router en een accesspoint. Je kan in de meeste gevallen wel gebruik maken van de ingebouwde router in je modem die je van je internetprovider hebt gekregen. Je kan het ingebouwde accesspoint uit schakelen en een eigen draadloos netwerk opzetten door verbinding te maken met een stand-alone accesspoint.

Stap 2: Kies een geschikte locatie

Een accesspoint plaats je het beste op een centrale locatie ten opzichte van de apparaten die je ermee wilt verbinden. Het is ook belangrijk dat het apparaat niet te dicht bij andere apparaten staat, zoals een magnetron of een draadloze telefoon. Ook grote metalen voorwerpen zoals een koelkast of een archiefkast kunnen de signaalsterkte beïnvloeden.

Stap 3: Kies een naam voor je netwerk

Eén van de eerste stappen in het instellen van je draadloze netwerk is het kiezen van een naam voor je netwerk. De naam van je netwerk is de naam die je ziet als je op zoek bent naar beschikbare netwerken in de buurt. Het is belangrijk om een ​​naam te kiezen die gemakkelijk te onthouden is en die niet te lang is. De naam van je netwerk moet ook uniek zijn, zodat je geen problemen hebt met andere draadloze netwerken in de buurt.

Probeer ook om geen persoonlijke informatie in de naam van je netwerk op te nemen, zoals je adres of telefoonnummer. Het is beter om een ​​naam te kiezen die geen verband houdt met je persoonlijke informatie, zoals je huisdier of je favoriete sportteam.

Stap 4: Kies een wachtwoord voor je netwerk

Het wachtwoord van je draadloze netwerk is de eerste bescherming tegen onbevoegde toegang tot je netwerk. Het is belangrijk om een ​​sterk wachtwoord te kiezen dat moeilijk te raden is voor anderen. Een goed wachtwoord bestaat uit een combinatie van letters, cijfers en speciale tekens.

Indien je vaak nieuwe apparaten toevoegt aan je netwerk, kies dan liever een wachtwoord dat wat langer is maar je toch makkelijk kunt onthouden i.p.v. een korte combinatie van willekeurige tekens (bijvoorbeeld een zin die je kunt onthouden). Voor een computer/buitenstaander is het namelijk makkelijker om een kort wachtwoord te raden dan een lang wachtwoord.

Maak gebruik van een goede encryptie om je wachtwoord te beschermen tegen hackers. WPA2 is de meest gebruikte encryptie voor draadloze netwerken. Indien je een recente accesspoint hebt, bestaat de kans dat deze naast WPA2 ook WPA3 ondersteunt. Deze encryptie is nog veiliger dan WPA2, maar nog niet alle apparaten ondersteunen dit. Ga dus na of al je apparaten WPA3 ondersteunen voordat je deze encryptie gebruikt.

Stap 5: Kies je voor een 2.4GHz of 5GHz netwerk?

Beide. De meeste apparaten ondersteunen zowel 2.4GHz als 5GHz en kunnen automatisch overschakelen naar het beste beschikbare netwerk. 2.4GHz was de standaard frequentieband voor draadloze netwerken, het is ook de meest gebruikte frequentieband voor andere draadloze apparaten zoals babyfoons, draadloze telefoons en draadloze speakers. Hierdoor kan het zijn dat je 2.4GHz netwerk interferentie ondervindt van andere draadloze apparaten in de buurt.

5GHz wordt bijna exclusief gebruikt voor draadloze netwerken --er is dus minder kans op storingen-- en beschikt over meer vrije kanalen waardoor je makkelijker een kanaal kan vinden dat niet wordt gebruikt door andere draadloze netwerken in de buurt. Deze frequentieband is ook sneller dan 2.4GHz, maar heeft een kleiner bereik. Het is dus belangrijk om te weten waar je je accesspoint plaatst en of je genoeg bereik hebt met een 5GHz netwerk.

Stap 6: Kies een kanaal voor je netwerk

De frequentieband van je netwerk is niet het enige dat je moet instellen. Per frequentieband zijn er verschillende kanalen beschikbaar. Deze kanalen verdelen de frequentieband in kleinere delen, zodat verschillende draadloze netwerken elkaar niet storen.

Het is belangrijk om een ​​kanaal te kiezen dat niet wordt gebruikt door andere draadloze netwerken in de buurt. Indien alle kanalen in gebruik zijn, kan je het beste een kanaal kiezen dat het verst verwijderd is van de andere netwerken in de buurt.

2.4GHz

Voor een 2.4GHz netwerk zijn er 11 kanalen beschikbaar, de meest aanbevolen kanalen om te gebruiken zijn 1, 6 en 11. Dit zijn kanalen die elkaar niet overlappen. Elk kanaal heeft een breedte van 5 MHz, echter heb je minstens 20 MHz nodig om een stabiel netwerk te hebben. Dit is waarom het grootste deel van de kanalen elkaar overlappen.

2.4 GHz kanalen

5GHz

5GHz beschikt over meer bandbreedte dan 2.4GHz, waardoor er meer kanalen beschikbaar zijn. Deze kanalen overlappen elkaar niet bij een kanaalbreedte van 20 MHz, waardoor je een kanaal kan kiezen dat het verst verwijderd is van andere netwerken in de buurt. Wanneer je gebruik wil maken van 5GHz is het aangeraden om de kanaalbreedte minstens op 40 MHz te zetten, sommige apparaten schakelen namelijk niet over van 2.4 GHz als de kanaalbreedte niet hoger is.

Hou er wel rekening mee dat hoe hoger de kanaalbreedte, hoe minder kanalen beschikbaar zijn. Dit wil zeggen:

  • 20 MHz: 25 kanalen

    36, 40, 44, 48, 52, 56, 60, 64, 100, 104, 108, 112, 116, 120, 124, 128, 132, 136, 140, 144, 149, 153, 157, 161, 165

  • 40 MHz: 12 kanalen

    36-40, 44-48, 52-56, 60-64, 100-104, 108-112, 116-120, 124-128, 132-136, 140-144, 149-153, 157-161

  • 80 MHz: 6 kanalen

    36-48, 52-64, 100-112, 116-128, 132-144, 149-161

  • 160 MHz: 2 kanalen

    36-64, 100-128

5 GHz kanalen

Stap 7: Extra opties voor je draadloze netwerk

Denk bij het instellen van je router na over de andere functies die je zou willen hebben. Een gastnetwerk kan handig zijn voor bezoekers en huisgenoten: zij hebben wel toegang tot internet, maar niet tot gevoelige gegevens of bestanden op je computer of smartphone.

Op tijd gebaseerde toegang is een andere goede keuze als u wilt beperken wanneer mensen online mogen. Als ze buiten het ingestelde tijdsbestek inloggen (bijvoorbeeld tussen 21.00 en 6.00 uur), kunnen ze helemaal geen verbinding maken.

Conclusie

We hopen dat deze tips je zullen helpen bij het opzetten van een draadloos netwerk voor thuis of op kantoor. Als u vragen heeft over iets dat we vandaag hebben besproken, aarzel dan niet om contact op te nemen. We zijn er voor u!